< Single Issue Partij

‘Je bent gewoon te kritisch, meid’

Het is de meest gebezigde opmerking tegen een alleenstaande hoogopgeleide vrouw, maar het blijft een 'stomp in de maag', vindt voormalig langetermijnsingle Maartje Duin. 'Het is geen psychologisch defect.'

De oliesjeik noemde ik hem, want tijdens een etentje bij kaarslicht had hij me verteld dat het familiekapitaal uit Koeweit kwam. Hij reed in een Audi, was directeur van een financieel bedrijf en had tal van ‘handeltjes’ daarbuiten. Hij was net zo bedreven in het maken als in het afzeggen van afspraakjes, maar dat laatste maakte hij goed door macarons van Pierre Hermé uit Parijs bij mij thuis te laten bezorgen (in een doosje met koelelementen). Ik vermoedde dat hij meer vrouwen zoet hield met macarons. Dat kon me niet schelen. Hij zorgde voor mooie verhalen bij de vrienden en vriendinnen met wie ik het Pieterpad liep en die, net als ik, nooit van Pierre Hermé hadden gehoord. Maar toen een van hen vroeg waarom ik me niet serieuzer met hem inliet, antwoordde ik beslist: ‘Omdat hij nooit mee zou wandelen op het Pieterpad. Hij zou zeggen: neem een taxi.’ Waarop zij haar wenkbrauwen fronste. Was ik niet te kritisch?

Te kritisch. Hoe vaak ik dit dat al niet had gehoord de afgelopen jaren. Je hoorde het nooit van singles. Wel van vrouwen die al lang uit de dating game waren. En van mannen, meestal als duidelijk werd dat ze die avond alleen naar huis zouden gaan. Een enkele keer in bed, een intiem plaagstootje om te laten weten dat ze je heus doorzagen. ‘Ik zie het al. Je bent te kritisch.’

Het verwarrende is dat ik niet wist of ik het als compliment moest opvatten of als verwijt.

Op een gegeven moment, zou je zeggen, glijdt zo’n opmerking als water van je af. Maar nee, elke keer voelde het als een stomp in mijn buik. Het verwarrende was dat ik niet wist of ik het als compliment moest opvatten of als verwijt. Compliment: ik was niet single omdat ik saai of onaantrekkelijk was, mannen zouden wel voor me in de rij staan. Verwijt: van de mannen natuurlijk, omdat ik hen afwees. En van de vrouwen, omdat ze leken te zeggen: ook ik heb concessies gedaan. En op jouw leeftijd - ik was 37 - zou ik dat helemáál doen.

Stond ik, om met Yvon Jaspers te spreken, wel genoeg ‘open voor de liefde’? Me dunkt. Ik had aan internetdaten gedaan, een relatiebemiddelingsbureau ingeschakeld, plichtsgetrouw feestjes afgelopen, mijn vrienden gevraagd me te koppelen, een singlespicknick georganiseerd in het park. Maar een man bij wie ik me écht op mijn gemak voelde, zat er al die tijd niet tussen. Soms gooide ik de handdoek een tijdje in de ring. In zulke periodes, met avonden alleen thuis, draaiden mijn gedachten in rondjes, om op hetzelfde punt tot stilstand te komen: waarschijnlijk was ik te kritisch.

Meneer Goed Genoeg

Het was een populair beeld in die tijd, zo’n vier, vijf jaar geleden. De Amerikaanse schrijfster Lori Gottlieb maakte furore met haar bestseller ‘Marry Him! The Case for Settling For Mr. Good Enough’. Daarin beschrijft de Amerikaanse zichzelf op haar 37e als een wanhopige doch kritische single. Ze kreeg een kind van een spermadonor, om vervolgens te ontdekken dat haar kansen op de datingmarkt zo goed als verkeken waren. Dat lot wilde ze anderen besparen. Haast je als je nog mooi en vruchtbaar bent, is haar boodschap, en leg de lat niet onnodig hoog. Het boek is genuanceerder dan de titel - later verklaarde Gottlieb dat haar uitgever haar die had opgedrongen. Maar het idee van ‘settelen’ en ‘meneer goed genoeg’ bleef hangen in het collectief geheugen.

De catchy kop van het katern: ‘Vrouwen, wees gewillig: de hoogopgeleide man is schaars.’

NRC Handelsblad deed in 2012 een duit in dat zakje met een opiniebijlage over de ‘tanende macht van de vrouw op de relatiemarkt’. Opiniemakers en (ervarings-)deskundigen lieten hun licht schijnen over het aantal jonge hoogopgeleide vrouwen in grote steden, dat het aantal mannelijke leeftijdsgenoten van datzelfde niveau oversteeg. Ook hier een waaier aan perspectieven. Maar de catchy kop van het katern: ‘Jong, hoogopgeleid en vrouw? Wees gewillig, want geschikte man is schaars.

Ontglipt de liefde? Eigen schuld

Tenslotte was daar de VPRO-documentaire ‘Tussen bitch en bambi’, waarin Bram van Splunteren het ‘nijpende probleem’ van de hoogopgeleide single vrouw te lijf ging. Dat deed hij niet door in te zoomen op de interactie tussen mannen en vrouwen. In plaats daarvan richtte hij zich op de ‘carrièrevrouwen’ en hun ‘eigen aandeel in de malaise’. Volgens van Splunteren zijn zij bang om hun kwetsbare kant te tonen, en ontglipt de liefde hen daardoor. Zijn hoofdpersonen bleken overigens helemaal geen Nina Brinks met stiletto’s en Louis Vuittons, maar leuke, ondernemende types die de kost verdienden met iets waar ze goed in waren, onderwijl onhandig manoeuvrerend op de datingmarkt. Een plek waar de meesten van ons sowieso niet te lang willen rondhangen, laat staan achtervolgd door Bram van Splunteren en zijn camera.

Ik hield een naar gevoel over aan dit soort verhalen. Ze gingen nooit over laagopgeleide mannen, de andere ‘overschieters’ op de relatiemarkt. En ze gingen nooit over mij. De makers gingen er vanuit dat alle vrouwen kinderen willen - nou, ik bijvoorbeeld niet. Er zat ook altijd iets bestraffends in. In ‘Tussen bitch en bambi’ zit een venijnige scène, waarin beelden van de 40-jarige Suzanne die wild staat te dansen, zijn doorsneden met een tobberig gesprek over haar afnemende vruchtbaarheid. De vrolijke muziek van het festival is vervangen door een dreigende bromtoon. Wie zo nodig moet feesten, is de boodschap, moet niet klagen als ze kinderloos blijft.

Waar komt dit beeld van de overkritische single vrouw vandaan, wilde ik weten. En waarom vindt het zo gretig weerklank?

Is de single vrouw een manifestatie van professioneel succes of van persoonlijk falen?

Omdat we niet weten of we de single vrouw moeten zien als manifestatie van professioneel success of van persoonlijk falen, zegt de Israëlische genderwetenschapper Kinneret Lahad. Aan de universiteit van Tel Aviv doet zij onderzoek naar de culturele verbeelding van de single vrouw. Ze voerde een discoursanalyse uit op basis van online adviesrubrieken om te zien hoe er over de kritische single vrouw werd gesproken.

‘Selectiveness’ beschouwen we als een voorrecht in de westerse wereld, schrijft Lahad. We associëren het met zelfbeschikking en keuzevrijheid: waarden die we hoog in het vaandel hebben staan, ook bij de zoektocht naar een partner. Kijk naar de manier waarop datingsites zijn opgesteld. Leeftijd, kinderwens, inkomen, hobby’s: op alles kun je filteren. De verleiding is groot om – schuldig, ik beken - alle mannen die ‘De kracht van het NU’ als favoriete boek noemen, met één druk op de knop uit je zoekresultaten te weren.

De single vrouw, betoogt Lahad, mag evenwel maar een beperkte periode aanspraak maken op dat voorrecht. Vanaf eind twintig moet zij ‘volwassen worden’ en compromissen sluiten. Kritisch zijn wordt vanaf dat moment beschouwd als een neurotische karaktertrek, waar zij vanaf geholpen moet worden. Datingcoaches en adviesrubrieken spinnen er garen bij.

Pech, toeval, dom geluk

Volgens Lahad is het beeld van de overkritische single vrouw de uitkomst van drie heersende retorieken. Het neoliberale denken leert ons dat alle succes onze eigen verdienste is en alle falen onze eigen schuld. Het postfeminisme stelt, als reactie op de tweede golf, dat een vrouw weer een man mag, nee móet willen. En door het therapeutische denken, tenslotte, geloven we dat we van onze tekortkomingen af kunnen komen, als we er maar genoeg aan sleutelen.

Van dat laatste was ook de Amerikaanse journaliste Sara Eckel overtuigd, toen zij van haar 31e tot haar 39e single was. In die jaren leerde ze de handstand, volgde kookcursussen, overwon haar angst voor spreken in het openbaar. Pas toen ze zich in het Tibetaans boeddhisme verdiepte, kwam ze erachter dat die hang naar zelfverbetering zijn oorsprong vindt in de christelijke notie van de erfzonde. Boeddhisten, schrijft Eckel, hebben nooit het gevoel dat ze iets misdaan hebben waarvoor ze moeten worden gestraft. In haar boek ‘It’s Not You’ beveelt zij single vrouwen aan om de factoren pech, toeval en dom geluk in hun leven te omarmen. En om op de eeuwige vraag: ‘Waarom ben je single?’ te durven antwoorden: ‘Ik weet het niet.’

Single zijn is steeds meer een levensstijl, steeds minder een psychologisch defect.

De laatste jaren klinken dit soort geluiden vaker wanneer het over alleenstaanden gaat. Verfrissend is dat ze het fenomeen niet meer louter verklaren vanuit de binnenwereld van de hoogopgeleide vrouw. Boeken als ‘Going Solo’ van de Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg en ‘Solo’ van de Vlaamse Nathalie LeBlanc staan boordevol demografische, historische en filosofische informatie. Ze maken single zijn steeds meer een levensstijl, steeds minder een psychologisch defect.

Als langdurige single kon ik die kennis goed gebruiken. Daardoor voelde ik me sterk genoeg om mijn vriendin van repliek te dienen. Ik wees de oliesjeik niet af omdat hij het Pieterpad in een taxi af zou leggen. Dat was maar een detail. Hij en ik kwamen uit twee totaal verschillende werelden, we hadden weinig te bespreken. Ik bleef liever nog een tijdje op die vermaledijde datingmarkt dan dat ik mijn leven met hem zou slijten. Mijn vriendin knikte: ze begreep het.

Een paar maanden later kon ik haar voorstellen aan mijn huidige geliefde. Ik ontmoette hem in een boekhandel, waar hij me een boek over singlesemancipatie verkocht. Stom toeval, zouden boeddhisten zeggen. Al bleek later dat hij ook van wandelen hield.

 

(beeld: Paul Faassen)

Opleiding is de enige factor waarop vrouwen statistisch aantoonbaar kritisch zijn, zegt Jan Latten, sociaal demograaf bij het CBS. Mannen zijn juist wat meer geneigd een vrouw van gelijk of lager opleidingsniveau te trouwen. Deze mismatch op de relatiemarkt wordt beter zichtbaar naarmate meer vrouwen universitair geschoold zijn. Het aantal vrouwen van 25 tot 35 jaar met een academische opleiding overstijgt inmiddels zelfs het aantal mannen van een gelijk opleidingsniveau. In een universiteitsstad als Utrecht wonen op iedere honderd mannen in de leeftijdscategorie van 20-25 jaar nu al 138 vrouwen.

Toch is de kans op een match tussen twee hoogopgeleiden in de stad nog altijd het grootst. 36 procent van de hoogopgeleide vrouwen van 40-45 jaar in de randstad heeft een universitair geschoolde partner, tegen 29 procent in kleine steden en dorpen.

De ironie wil dat vrouwen in de stad ook een grotere kans lopen om alleen te blijven: een kwart tussen de 40-45 jaar heeft geen partner, versus 16 procent in minder stedelijke gebieden.

De single vrouw bijsturen omdat ze te kritisch zou zijn? Onmogelijk, zegt Latten. ‘Patronen op groepsniveau zijn niet verklaarbaar vanuit het individu.’ Lachend: ‘Misschien zijn er slimme vrouwen die denken: ik ga naar Delft, daar heb je minder concurrentie.’ Verder moeten vrouwen vooral kritisch blijven. ‘Het heeft geen zin om dat te veranderen. Dan kijk je met oude ogen naar een nieuwe situatie.’