Op de parkeerplaats
Op internetforums hebben de parkeerders elkaar aangespoord naar de parkeerplaats aan de rand van de snelweg te komen. Ze spraken af niet te racen en te burnen, er zal geen drank en geen barbecue zijn. Ze mogen alleen parkeren. Dus dat heeft iedereen gedaan, schuin over de stippellijnen van de vakken. Daarna zijn ze uit hun auto’s gestapt om die van anderen te inspecteren. Uitnodigend staan de motorkappen open. Opgepoetste velgen blikkeren in de zon. Op hun gemak kuieren ze erlangs. Vergelijken dubbele uitlaten die schuin naar achter steken. Achterlichten, spiegels. ‘Heb ik geruild met een Amerikaan. Die vinden dat inklapbare geweldig. Ik vind zo’n vaste spiegel juist mooier. Het gras is altijd groener aan de andere kant, hè.’
Hun auto’s zijn producten van jaren speur- en knutselwerk. Sommige kunnen knipogen met hun koplampen (paar draadjes aan elkaar solderen in het schakelkastje onder het stuur, je moet net weten waar het zit). Of ze hebben hun stuur aan de rechterkant, zo uit Japan geïmporteerd. ’t Is even wennen met inhalen, maar dan rijd je wel in iets unieks.
Het leuke van parkeerplaatsbijeenkomsten, zeggen de parkeerders: iedereen is welkom. Als jij je auto met stickers wilt beplakken, moet je vooral doen wat je niet kunt laten. Maar wanneer een auto met roze koeienvlekken nadert, een knuffelbeertje bungelend aan de uitlaat, sissen ze afkeurend. 200 SX, da’s 200 keer niks. En zo’n taartschep, mijn smaak is het niet, wijzen ze op een spoiler. Zo’n happer: idem dito. Denk je dat een fabrikant niet nadenkt of dat nodig is?
Ze geven elkaar gelijk en slenteren naar het wegrestaurant aan de overkant. Daar drinken ze een kop koffie, met appelgebak van het middagbuffet. Tevreden kijken ze terug op eerdere parkeerplaatsbijeenkomsten. ‘Met de mijne rijd ik niet eens,’ zegt er een, ‘hij komt alleen uit de garage voor dit soort dingen.’ ‘De mijne ook’, zegt een ander, ‘zelfs als het vriest, ga ik op de fiets naar het station. Al zijn m’n handen zulke ijsklompen.’ ‘Voor ons is het wel eens zuur,’ zegt iemand van de evenementencommissie. ‘We organiseren hele rally’s met koffiestops en bolletje-pijltje routes. Maar op zo’n dag als vandaag is de opkomst het hoogst. Ze willen het liefste stilstaan.’
Terug op de parkeerplaats staan er nieuwe auto’s geparkeerd. De Show and Go is er, de Most Wanted, en de Street Illusions. De namen zijn erop gespoten. ‘Binnenkort kun je ze op je nummerbord laten zetten,’ zegt de een tegen de ander. ‘Er komt nou een wet die dat toestaat, want de kentekencombinaties zijn op.’ ‘O ja,’ zegt de ander, ‘kan dat? Dan neem ik Black Velvet. En die witte van haar,’ hij doelt op zijn vriendin die verderop staat, ‘noem ik White Velvet.’ ‘Ik heb voor de mijne Ground Zero aangevraagd,’ zegt de een weer. ‘Maar bij justitie treuzelen ze nogal met het verwerken van de aanvraag. Misschien ligt het gevoelig, die naam. Misschien mag je niet alles kiezen. Maar mijn auto heette al zo, lang vóór nine eleven.’
Aan het eind van de middag verspreiden de parkeerders zich weer over het land. Later treffen ze elkaar op de internetforums, waar ze foto’s uitwisselen en spreken van een geslaagd dagje. Met dank aan het goede terrasweer en de vage praat, zegt er een. Ja, reageert een ander, vage praat was er zeker!
(gepubliceerd in De Pers, 5 mei 2008)