Kwistig met Klassiek

5 October 2007

‘Ik doe één uur verzoekplaten en één uur Kwistig met Klassiek. Die naam heb ik zelf niet verzonnen, hoor. De verzoekplaten zijn tussen negen en tien, m’n eigen uurtje tussen tien en elf. Een rottijd, want om kwart over tien krijgen ze hun slaappil. Eigenlijk doe je het alleen voor die paar mensen die niet kunnen slapen.’

Ze zit achter de microfoon in de studio. Begane grond, bij de nooduitgang en het mortuarium. Ze draagt zwarte gympjes, een sportieve streepjestrui en heeft een diepe, warme stem waarmee ze zojuist langs de bedden is geweest. Afdeling reumatologie, orthopedie. Sommige patiënten, in blauwe hemden, kwamen net van de operatietafel. Anderen herkende ze van eerdere maandagavonden. Ze begroetten haar enthousiast.

‘’t Is begonnen uit mijn liefde voor muziek. Maar ook omdat ik mensen iets wilde geven. Hier horen ze de hele dag alleen maar over medicijnen en operaties. Ik spreek ze aan op het gezonde stuk, vraag: waar luistert u thuis naar? Die slangen en die zak bloed zie ik dan al niet meer. Als ze hun hele levensverhaal kwijt willen, moet ik het zien af te ronden. Net begon een mevrouw over de oorlog. Laten we maar geen Duitse componist doen, hè, zeg ik dan. Draaien we een Fransman. Fauré, of Massenet.’

Ze is 57. Vroeger was ze onderwijzeres op een lagere school. Niet meer. Ze heeft pianoles, schildert, onderhoudt vriendschappen en een tuin.

‘Die verzoekplaten zijn zelden mijn smaak. Maar mensen hebben er vaak persoonlijke herinneringen bij, soms zingen ze mee vanuit bed. Dus ik kondig alles blijmoedig aan, hoor. Jan Smit, Frans Bauer, hoi! Voor de oude Johan Strauss heb ik een truc. Dan draai ik de Radetzky-mars, en vertel ik dat Radetzky een Oostenrijkse generaal was die gruwelijke misdaden heeft begaan. Hoe raar het eigenlijk is om voor zo’n man een mars te schrijven. Dat weet niemand. Vind ik leuk.’

‘In m’n eigen uurtje doe ik geen concessies. Meestal werk ik met thema’s. Vorige week, toen het zo regende, had ik het over het weer. Met de Vier Jaargetijden van Vivaldi en van Haydn. Sturm und Gewitter, Claire de Lune. In november, ik ben blij joh, ga ik naar het concert van Cecilia Bartoli. Voor begeleiders van invaliden zijn er altijd nog plaatsen over, en ik heb een invalide vriendin die graag d’r huis uit komt, dus dat kwam mooi uit. Die muziek wil ik hier ook draaien. Maar ja, ik kan ze niet een uur lang naar Cecilia Bartoli laten luisteren. Dus doe ik Bach erbij, en dan denk ik: barok, de b. De b van bed, de b van beterschap… Dan laat ik een berceuse van Chopin horen, en een blazersserenade in bes van Mozart. Een stuk symfonie van Beethoven, die is weer geboren in Bonn. Zo schrijf ik een heel programma aan elkaar.’

Op haar velletjes aantekeningen, handgeschreven en genummerd, heeft ze de b’s onderstreept. Vanuit de studio klinkt de klavecimbelsolo uit een van de Brandenburger concerten. terug, Haar hoofd deint met het ritme mee. Haar vingers tasten naar akkoorden. Nog één minuut, seint de technicus. Ze knikt.

‘Ik wil nog wel jazzy piano leren spelen. Om echt goed te worden in klassiek ben ik te laat begonnen, maar jazz… Hoor je het? ’t Is net jazz, op die klavecimbel.’

(gepubliceerd in De Pers, 5 oktober 2007