Wolkenjager

Tegen zessen zet de wolkenjager zijn auto stil. Een landweggetje tussen twee korenvelden net over de Duitse grens. Dit wordt zijn locus amoenus. Op een paar bosschages na kan hij tot aan de horizon zien. Hij opent het portier en stapt de lome, drukkende warmte in. Korenaren wiegen in de wind. Voel je die wind van achteren? vraagt hij. Die aanzuigende kracht? ’t Is een dier, zegt hij, de storm is een dier. Hij ademt in en hij ademt uit. Lees verder…