Koninklijke bedankjes

‘Ik heb wel eens een cadeautje gestuurd ter ere van een geboorte. Een rood rompertje in het kleinste maatje. Eerlijk is eerlijk, ’t was een uitverkoopje. Geen lelijk ding hoor, ik zou het mijn eigen kind ook aandoen. Nou, wat denk je? Een standaardbedankje kreeg ik. Ik had het net zo goed kunnen laten.’

Het is middag, de kinderen zijn naar school en zij zit in de keuken. Plakletters op de ijskast, twee cavia’s in een kooi, de tuindeuren staan open. Haar albums met koninklijke bedankjes liggen opengeslagen op tafel. Lees verder…

Plantenman

Martin Plasmeijer geeft de planten water. Hij wurmt zich in krappe personeelsliften, vult zijn gieter in bedrijfskeukentjes met bergen Nutroma-kuipjes, sjouwt met dertien liter gangen door en trappen op. Vervolgens giet hij die uit over bakken met rode korreltjes, en wel zó, dat de dobber in het metertje het juiste niveau bereikt. Hij schudt met de stam het stof van de bladeren, spuit met bladglans, controleert op luis.

Met zijn contactpersonen onderhoudt hij contact en als hij de kans krijgt, verkoopt hij contracten. Dat kan een lease- of koopcontract zijn, inclusief plantgarantie (stukje extra service – Bruinsma Hydrokultuur, tot uw dienst). Voor het onderhoud komt hij vervolgens langs in zijn bestelbusje. Met die korreltjes hoeft dat maar eens in de maand, je hebt er geen omkijken naar. Lees verder…

Lifter

De ambtenaar staat langs de kant van de weg met een schoudertas van verweerd leer. ‘Dat moet, dan kunnen de mensen je plaatsen als student of onderwijzer. En je duim moet een beetje naar achter wijzen. Anders denken ze dat je naar de hemel wil.’ Het is laat in de middag, achter zijn grijze krullen stapelen zich wolken op.

Al snel stopt de eerste auto. Een Audi van een jonge vrouw, ze rijdt hem naar de rijksweg. Geen tijd om de herkomst van haar accent te achterhalen. Bedankt! en dicht slaat het portier. Lees verder…

Als een komeet naar je rijbewijs

Toen ze zestien was en haar man leerde kennen, zei die: je hoeft straks niet te werken. Dat had zijn moeder ook nooit gedaan. Zo heeft ze er nog veel in haar auto, ook van haar eigen leeftijd. Zonder rijbewijs komen ze het huis niet uit. Zelfs als ze boodschappen willen doen, moeten ze op hun man wachten. Ja, die verhalen hoor je. Als je doorvraagt, hoor je wel meer. Maar daar zit ze niet op te wachten. ‘Ik ben geen psychische instelling.’

Fatma Korkmaz heeft een volle bos krullen, piekfijn geëpileerde wenkbrauwen en de pijpen van haar spijkerbroek in haar Uggs gestopt. 26 is ze, met ‘een koophuis, een kerel en een kleine’. Lees verder…

« Eerder