De groep slaapkamergitaristen is opgericht door een man uit een onbekend land. Als woonplaats noemt hij ‘wereld’. Omdat hij zijn liedjes zwijgend speelt, kun je aan zijn accent niets afleiden.
‘Er zijn een paar criteria. Je mag niet professioneel zijn, nooit hebben opgetreden voor publiek, en je moet tussen de tien en de dertig zijn.’
‘Je moet wel iets kunnen, anders word je afgebrand.’
‘Maar sommigen vinden het al heel knap als je kunt spelen en zingen tegelijk.’ Lees verder…

Op zaterdagmiddag, half vier, krijgt de scheikundestudent een telefoontje, schiet zijn windjack aan, neemt de lift van de negende verdieping naar beneden, loopt de regen in en ontgrendelt zijn fiets. Een witte en een rode Ferrari, had de beller gezegd, pal achter elkaar geparkeerd. Van de grijzige flat naar de duurste winkelstraat is het twintig minuten stevig doortrappen.
‘Vroeger ging ik lopend. Maar rennend houd je ze vaak niet bij. De fiets verlaagt de miskans. Lees verder…
‘Ik ging met mijn zusje op voor het molenaarsexamen en daarvoor moest ik het zelfzwichtsysteem zien. In onze provincie hebben ze dat niet.’

‘Het is een Engels systeem dat hier in de jaren dertig is geïntroduceerd. Ze hadden een wedstrijd onder uitvinders uitgeroepen voor een nieuw wieksysteem. Het werkt met lamellen die je al naar gelang de windsterkte kunt afstellen met een contragewicht. Dat maakt de molen makkelijker bedienbaar dan met zeilen, die je steeds moet zwichten.’
‘Hij liet het allemaal heel geduldig zien. Als ik aan die kabel trek, gebeurt er dit, en als ik zo doe, gebeurt er dat.’ Lees verder…
‘We hebben er in ’t diepst geheim aan gebouwd, met zes man, in een van m’n bedrijfshallen. De een maakte het torentje, een ander goot de klok. Mijn vaste interieurschilder is heel goed in marmerwerk, dus die heeft de muren en de Latijnse spreuken gedaan. Alles van hout, want hij moest in één keer staan. Als een soort verschijning. ’s Ochtends kwam de vrachtwagen met een takel, ’s avonds stond-ie in m’n tuin.’
Lees verder…