Een zekere mate van vrijheid

‘M’n man had van thuis een draaimolentje meegekregen en ik een woonwagen. Zo gaat het meestal: de man neemt de zaak mee, de vrouw de woning. Dan kan je een leven lang vooruit. Je stopt al je geld in je wagen. Dat is je trots, daar kom je mee aanrijden. En later geef je ‘m weer door aan je kinderen.’

Manda Witstijn, oliebollenbakker. Ze draagt een schort met burberry-print en grote grijze sloffen die niemand ziet, daarvoor is de toonbank te hoog.

oliebollen.jpg
Lees verder…

Auto’s of hypotheken verkopen

‘Hypotheken zijn niet leuk. Ze kosten geld en de branche heeft een slechte naam. Niet onterecht, want er zitten een hoop boeven en roofridders bij. Ik denk wel eens: waar blijven de goeie?’

Volgens Gerhard Meppelink: hier, in een statig pand in Amsterdam-Zuid. Hoge vazen met amaryllissen in de witmarmeren gang, prettig licht, een veelbelovende stapel Residences. In zijn kantoor op de eerste verdieping schuift hij stoelen aan een brede eikenhoutentafel. Hoge ramen, zware gordijnen, behang met brede banen in sjiek antraciet. ‘We wilden geen winkel in zo’n hoekpand zijn. Een hypotheekadvies trek je niet uit de schappen.’ Lees verder…

Nachtvisser

‘De oude man had een muts van rode wol die hij altijd droeg, winter of zomer. Hij zat aan het watertje waar ik langsliep op weg naar school. Ik was zeven. Hij leerde me vissen, voorns en brasems, met een bamboehengeltje. En hij vertelde me wat hij had geleerd. In de oorlog, in het kamp, want hij was joods, en in het leven. Hij zei dat ik moest gaan studeren. Autotechniek, daar zat werk in. Ik denk dat hij me wilde voorbereiden op een hard bestaan. Het was geen pretje waar we woonden in die tijd.’

De nachtvisser zit aan de waterkant, weggedoken in zijn donsjack. Hij heeft een dun ringbaardje, nauwelijks zichtbaar in het donker. Een volle maan beschijnt zijn rug en de laatste flats van de stad. Achter het riet nog een benzinestation, daarna beginnen de polders. Lees verder…