‘Ze weten vaak niet eens waar Nederland ligt. Daar kun je dan mee beginnen. Ik schrijf ze dat we grenzen aan België en Duitsland, en aan zee. En dan stuur ik een kaartje mee waarop dat te zien is.’
Een flat in een componistenbuurt in het midden van het land. Ze zit op een rotan stoel in de huiskamer. Zachte popmuziek klinkt uit de boxen. Op een schapenvacht in de hoek ligt een witte zachtharige terriër. In een aangrenzend vertrek zitten twee puberzoons om beurten met koptelefoons achter de computer. Lees verder…
‘Vroeger hadden we alleen het pleintje voor het gemeentehuis. Er waren een paar bankjes en een trappetje, verder niets. En er was één winkelcentrum, dat werd uitgebreid. Toen konden we het bouwmateriaal gebruiken. Pallets, kluisjes. Maar ook dat ging vervelen. Toen we hier naartoe verhuisden, hadden we opeens een veel groter gebied.
Ze zitten op hun skateboards in de schemering van de stad. Wijde t-shirts en spijkerbroeken, haltershirts met bescheiden tatoeages. Rode wangen, bezwete armen. De huizen op de achtergrond zijn nog jonger dan zij. Lees verder…