Stapeltjes

De teamleider werkt op een groot verzekeringskantoor. Glimmende plavuizen, rookunits, plantenbakken met rode steentjes. Van de tweeënhalfduizend werknemers heeft hij er vijftig onder zich.

‘Mensen krijgen hun werk in stapeltjes. Grote gele dossiermappen met acceptaties of claims. Die verdeel je een beetje gelijk over groepjes. Maar van tevoren weet je niet hoeveel werk er in één stapeltje zit. Sommige dossiers heb je in twee minuten afgehandeld, voor andere zit je een uur te bellen. Wat gebeurt er? Lees verder…

Een verkoelend briesje in je slipje

Vroeger werkte Heidi Markus bij een omroepblad. Ze kreeg een eerste kind, vier jaar later een tweede, en stopte met werken. Een paar jaar later ‘begon het te kriebelen’. Ze zocht iets voor in de avonduren. Haar moeder deed Tupperware, net als haar zus. Zij wilde iets anders.

Nu is ze in haar ‘mini-PC Hoofttractor’ onderweg naar een buitenwijk van Utrecht. De kofferruimte (die tegenvalt, ‘ik had de auto voor ik de baan had’) staat vol roze dozen en één koffer die op slot kan. Met het oog op de kinderen. Lees verder…

De beste standwerker

‘Het gaat om je woordkeuze. Veel hebben de woordkeuze niet. Je hebt er wel die adverteren met: je bent gek als je dit niet koopt. Daar houd ik niet van. Je moet de mensen galant behandelen.’

Hij staat tegenover de noten en de panty’s. Twee gouden tanden, een grijs jasje met een dun wit streepje. De beste standwerker van West Europa. Zegt hij. Lang geleden gestopt wegens ‘interne omstandigheden’. Daarover zwijgt hij. Sindsdien loopt hij over de markt, armen op de rug, heen en weer, dag in, dag uit. Lees verder…

Ik vind een naam wel prettig

‘Lawrence Francis Shea heet hij. Korporaal in het 318e regiment van de 80e infanterie divisie. Op 28 maart kwam hij aan in Mainz. 2 april sneuvelde hij in Kassel. Ze waren gelegerd op 45 meter van de weg, toen kwamen er tanks op ze af. In hun vlucht naar het bos renden ze tussen de tanks door. Het kan dat hij toen onder vuur is gekomen, maar helemaal zeker weet ik het niet.’

Hij is veertien. Een jongen met grote gympen, zijn schooltas hangt laag op zijn rug. Hij staat voor een witmarmeren kruis op een grasveld met duizenden andere kruizen. Alleen het getsjilp van vogels klinkt. Lees verder…

« Eerder