Om bovenin de kerktoren van Vianen te komen, moet de beiaardier vier steile trappen op van versleten, eeuwenoud hout. Goed de leuning vasthouden en uitkijken wanneer je de klim waagt. Als je precies op het hele uur langs de luidklokken komt, overleven je oren het niet. Die dingen dateren uit de Middeleeuwen, zijn 2300 kilo zwaar en zo klinken ze ook. Lees verder…
Tegen zessen zet de wolkenjager zijn auto stil. Een landweggetje tussen twee korenvelden net over de Duitse grens. Dit wordt zijn locus amoenus. Op een paar bosschages na kan hij tot aan de horizon zien. Hij opent het portier en stapt de lome, drukkende warmte in. Korenaren wiegen in de wind. Voel je die wind van achteren? vraagt hij. Die aanzuigende kracht? ’t Is een dier, zegt hij, de storm is een dier. Hij ademt in en hij ademt uit. Lees verder…
De starter staat op zijn podiumpje alsof het een startblok is. Licht voorover gebogen, stabiel. De ene voet voor de andere. Hij heeft zijn felrode poloshirt strak in zijn gladgestreken broek gestopt. Zijn lippen zijn op elkaar geklemd. Een adertje trilt bij zijn slapen. Hij opent zijn mond. Eén voor één rollen de letters eruit. ‘Meisjes! Gereed maken!’ klinkt het. Lees verder…
Hij heet Richard Koenst. Of Ricardo. Dat ligt eraan welke telefoon hij opneemt. Een forse, blonde gestalte in Tommy Hilfiger-shirt. Getrouwd met Tess Kuling, een frêle vrouw met doordringende ogen, zwaar opgemaakt in bruin- en rozetinten. Hij werkt voor ‘paragnosten-online.nl’ en samen runnen ze ‘paragnosten.nu’. Met de nadruk op ‘nu’. Zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag, zijn ze beschikbaar. Op ieders nachtkastje ligt een telefoon. Van elf uur ’s avonds tot drie uur ’s nachts staan die roodgloeiend. ‘Dan kunnen mensen hun vrienden niet meer bellen. En ze hebben toch behoefte aan een gesprek.’
Zo’n gesprek verloopt bijvoorbeeld als volgt: ‘Hallo, met Paragnosten.nu, met Richard spreek je.’ (…) Lees verder…